Kaders

Beleidsmatig kader

Ontwikkeling van het groenbeleid

Programma Natuur
In 2020 hebben het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) , de provincies en groene partners gezamenlijk hard gewerkt aan het Programma Natuur, en met succes. Op 8 december 2020 hebben het Rijk en provincies bekend gemaakt dat zij een akkoord hebben bereikt over het Uitvoeringsprogramma Natuur.. Vanuit het Rijk wordt er voor de jaren 2021 tot en met 2030 landelijk in totaal € 2,85 miljard beschikbaar gesteld voor natuurherstel- en verbetermaatregelen ten behoeve van stikstofgevoelige natuur: het zogenaamde spoor 1 van het Programma Natuur dat onderdeel uitmaakt van de landelijke structurele aanpak stikstof. Spoor 1 wordt gefaseerd uitgevoerd en kent twee fases: 2021-2023 en 2024-2030. Voor Zuid-Holland is voor uitvoering van de eerste fase van Spoor 1 een SPUK (Specifieke Uitkering) van € 28 mln beschikbaar gesteld door Rijk, die in drie jaarlijkse termijnen wordt uitgekeerd.
Naast het Spoor 1 is er ook een Spoor 2 binnen het Programma Natuur, te weten een traject om te komen tot een Agenda Natuurinclusief. Deze agenda zal zich richten op de vraag hoe op de langere termijn tot een natuurinclusieve samenleving te komen, hetgeen nodig is om de achteruitgang van de biodiversiteit te stoppen. Vooralsnog zijn hiervoor geen middelen beschikbaar.

Handelingskader NatuurNetwerk Nederland
Natuur is van levensbelang, zoals eerder in dit document al is meegegeven. Echter, met veel flora en fauna gaat het nu niet goed. Door, onder andere, klimaatverandering en druk op beschikbare ruimte is de leefomgeving van vele planten en dieren sterk verkleind of verdwenen. Dit is terug te zien in een afname van de biodiversiteit met 85% in de laatste decennia. Veel vogels zijn voor hun broedplaats inmiddels volledig afhankelijk van kwalitatieve natuurgebieden, zoals onze veenweidegebieden. Het is daarom van belang dat deze natuur veerkrachtig is en behouden blijft.
Om verdere achteruitgang te stoppen en te voldoen aan de Europese vogel- en habitatrichtlijnen werkt Zuid-Holland aan het versterken van natuur door bestaande natuur beter te beschermen, nieuwe natuur aan te leggen en de natuurgebieden te verbinden. Een robuust netwerk van natuur dat tegen een stootje kan: het NatuurNetwerk Nederland (NNN). Dit Natuurnetwerk vormt de basis van het beleid om te komen tot een sterkere natuur in Zuid-Holland.

Natura 2000
De hoogste beschermingsstatus bieden onze Natura2000 gebieden. Voor elk Natura 2000 gebied is een Natura 2000 beheerplan opgesteld, waarin beschreven is welke maatregelen nodig zijn om de natuurdoelen te halen. Mede vanwege de stikstofcrisis worden de natuurdoelen en de maatregelpakketten nu verder geconcretiseerd.  Om ruimte te geven aan deze concretisering en de uitkomsten ervan te kunnen implementeren heeft PS besloten om 4 N2000-beheerplannen met 4 jaar te verlengen. Daarmee wordt het mogelijk om de resultaten ook in deze en andere beheerplannen te kunnen implementeren. De stikstofgevoelige gebieden worden met prioriteit opgepakt. Voor de overige, niet stikstofgevoelige gebieden, gebeurt dit volgens de lopende beheerplancyclus.
Onderdeel van de gebiedsgerichte aanpak in het kader van de stikstofproblematiek is het uitvoeren van natuurdoelanalyses voor de stikstofgevoelige N2000-gebieden. De uitkomsten van deze analyses bieden input om de N2000 doelen en maatregelen te concretiseren in het gebiedsproces.  Effectiviteit van de uitvoering van natuurherstelmaatregelen zijn mede afhankelijk van de (reducties in) stikstofdeposities. Hoe groter de maatschappelijke impact van maatregelen hoe complexer de (bestuurlijke) afweging ten aanzien van de natuurdoelen. GS maakt uiteindelijk de keuzes in doelen en maatregelen die in nieuwe beheerplannen worden vastgelegd.
Tot nu toe wordt de uitvoering van natuurherstelmaatregelen gefinancierd vanuit het Natuurpact, waarin de afspraken over het Natuurnetwerk Nederland (NNN) zijn vastgelegd. Het Rijk heeft middels Programma Natuur extra middelen ter beschikking gesteld voor een periode van 10 jaar. De eerste tranche van maatregelen voor dit programma wordt uitgevoerd vanaf 2021.  

NB: parallel aan het provinciale traject werkt het Rijk aan het SMART maken van de natuurdoelen op landelijk niveau en de verdeling hiervan over de verschillende provincies/N2000-gebieden. Dit wordt uiteindelijk vastgelegd in het Strategisch Plan. Beide trajecten worden zoveel mogelijk op elkaar afgestemd.

Intensivering beheer
Verhoging SNL

De tarieven die beheerders krijgen vanuit de huidige subsidieregeling voor het natuurbeheer, de Subsidieregeling Natuur- en Landschapsbeheer Zuid-Holland 2016 (SNL), is 75% van de standaardkostprijs van de verschillende natuurbeheertypen. Dit is een afspraak uit het Natuurpact. De overige 25% dienen zij zelf met alternatieve inkomsten aan te vullen of door een versobering van het beheer worden de kosten gedrukt. Met het oog op de verhoging van de natuurkwaliteit is in het kader van het Programma Natuur afgesproken dat de beheervergoeding verhoogd zal worden. Omdat 84% reeds een Europese goedkeuring kent, wordt de beheervergoeding sowieso naar dit percentage verhoogd. Mogelijk dat er in een later stadium een verdere verhoging mogelijk wordt.
De verhoging van de beheervergoeding valt onder het Programma Natuur en wordt vanuit het Provinciefonds gedekt. Het Rijk stelt hiervoor extra middelen beschikbaar. Met het Rijk zullen hierover aparte afspraken gemaakt worden.

De overige wijzigingen in subsidie-instrumentarium zijn budgetneutraal. Dat wil zeggen dat deze wijzigingen alleen gaan over hoe we het geld beschikbaar stellen, er wordt niet méér geld beschikbaar gesteld.

Stikstofproblematiek
Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State (RvS) een streep getrokken door de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Vergunningverlening voor activiteiten die een negatieve invloed hebben op het stikstofgehalte in Natura 2000-gebieden is daarmee lastiger geworden.

Om tot oplossingen voor deze problematiek te komen, overleggen Rijk en provincies intensief. In januari 2021 is de wet Stikstofreductie en natuurverbetering door de Tweede en Eerste Kamer vastgesteld. In deze wet zijn omgevingswaarden opgenomen voor de reductie van stikstof op de Natura 2000-gebieden. Een programma zal worden opgesteld om het behalen van deze doelen te borgen. Daartoe wordt een scala van maatregelen getroffen in zowel de landbouw als andere sectoren. De provincies zullen – conform de wet – een gebiedsplan vaststellen waarin de provincies aangeven op welke wijze en met welke maatregelen een bijdrage leveren aan de te behalen rijksomgevingswaarden.

De afgelopen twee jaar zijn een groot aantal adviezen verschenen omtrent het stikstofdossier, zoals van het adviescollege stikstofproblematiek onder voorzitterschap van dhr. Remkes. Deze rapporten en adviezen zijn onder andere input voor een nieuw kabinet, omdat er voor het behalen van de doelen uit de wet Stikstofreductie en natuurverbetering extra maatregelen getroffen moeten worden.

In het advies van Remkes worden de rollen van een aantal organisaties geschetst. De provincie speelt hierin een cruciale rol. Denk hierbij aan vergunningverlening, inzet van middelen, inzet op gebiedsgerichte aanpak en het geven van het goede voorbeeld bij provinciale projecten.

Bovenstaande heeft ertoe geleid dat er vanuit het Rijk middelen zijn gekomen (zie kopje Programma Natuur) om de stikstofgevoelige natuurgebieden versneld te versterken. Ook buiten de natuurgebieden zullen maatregelen nodig zijn en daar zullen meer middelen voor nodig zijn. Omdat deze problematiek naast het groenbeleid ook de doelstellingen voor mobiliteit, woningbouw, landbouw, industrie en economie raken zullen nieuwe maatregelen integraal worden aangepakt.

Omdat het stikstofdossier invloed heeft op meer beleidsonderwerpen, naast de ambitie van het versterken van de natuur, zijn de directe impulsmiddelen in de Begroting opgenomen in de eerste overkoepelende ambitie. Om deze reden maken deze middelen geen deel uit van de later beschreven beleidsproducten in dit PZG en het gesloten systeem groen. Wel voeren we in het kader van natuurmiddelen andere programma’s uit die bijdragen aan het terugdringen van de stikstofdepositie in de Zuid-Hollandse natuur.

Nadere uitwerking soortenbeleid
Sinds de invoering van de Wet natuurbescherming (2017) zijn de provincies verantwoordelijk voor het natuurbeleid. In de vorige collegeperiode is hiervoor een eerste stap gemaakt in het vormgeven van het natuurbeleid door het opstellen van de Visie Rijke Groenblauwe Leefomgeving (RGBL). Veel onderdelen van deze visie zijn op hoofdlijnen beschreven. In de praktijk bleek behoefte aan een nadere concretisering van verschillende beleidsmatige kwesties op het vlak van biodiversiteit. Vorig jaar is besloten om de onderwerpensoortenbescherming, faunabeheer, exoten en dierenopvang in samenhang verder uit te werken naar provinciaal beleid. Momenteel doorlopen we een zorgvuldig proces waarin er ruimte is voor inbreng van alle belangen en betrokken organisaties. Naar verwachting zal het concept beleidskader in november 2021 in Gedeputeerde Staten besproken worden en kan het vervolgens aan Provinciale Staten worden voorgelegd. Na besluitvorming in PS zal het beleidskader worden uitgewerkt tot een integraal soortenbeleid. Eventuele financiële consequenties kunnen na vaststelling van het beleid worden verwerkt in de P&C-producten.

Bodemdaling
Het thema ‘bodemdaling’ in de veenweiden staat nog steeds sterk in de belangstelling. In het kader van het Klimaatakkoord is de ambitie van een reductie van 1 Mton CO2 uit veenbodems neergelegd. Voor dit doel heeft het Rijk een budget van € 276 mln voor alle veenweidegebieden in Nederland beschikbaar gesteld, waarvan € 100 mln impulsgelden voor de korte termijn. De gezamenlijk overheden zoeken hierbij de samenwerking, onder andere via het Interbestuurlijke Programma Vitaal Platteland (IBP-VP). Daarnaast wordt gezamenlijke kennis ontwikkeld voor de bodemdalingsaanpak binnen de Regiodeal Bodemdaling Groene Hart. Aanpak van de bodemdaling in bebouwd gebied wordt vanuit de provincie opgepakt in samenhang met Klimaatadaptatie, stikstof en vitale landbouw.
Van de impulsgelden is € 22 mln voor Zuid-Holland bestemd. Prioritaire gebieden zijn Nieuwkoop, Krimpenerwaard en Alblasserwaard. In 2022 zal de eerste versie van de veenweideaanpak Zuid-Holland worden vastgesteld. Tegelijkertijd zijn in de gebieden processen met de partners gestart om te komen tot een gebiedsplan voor het bereiken van de doelen in 2030 met een doorkijk naar 2050. De plannen moeten in 2026 klaar zijn.
Voor het vervolg van de veenweideaanpak vanaf 2023 zal het rijk naar verwachting meer budget beschikbaar stellen, waar ook cofinanciering van regionale partijen tegenover moet staan.

Deze pagina is gebouwd op 11/17/2021 11:00:09 met de export van 11/17/2021 10:51:00